De statuten: KNUROO

KNUROO
Vereniging zonder winstgevend doel

STATUTEN
Klik hier om het volledige document van de statuten te downloaden

HOOFDSTUK I : BENAMING – MAATSCHAPPELIJKE ZETEL – DUUR


Art. 1.
Op initiatief van een groep dienstplichtige Reserveonderofficieren werd op 10 februari 1937 een Vereniging zonder Winstgevend Doel opgericht die de benaming « Nationale Unie van Reserve Onderofficieren van België », afgekort « NUROO.

De Vereniging verkrijgt het recht zichzelf “Koninklijk” te noemen op 24 maart 1987
De vereniging draagt als naam “Koninklijke Nationale Unie van de Reserve Onderofficieren” afgekort “KNUROO”, in het Frans “Union Royale Nationale des Sous-Officiers de Réserve de Belgique”, afgekort “URNSOR”, in het Duits “Königliche Nationale Vereinigung der Reserve Unterofficiziere Belgiens”, afgekort “KNVRUO”.

Deze benaming mag te samen en afzonderlijk gebruikt worden, maar telkens, en dit in de gebruikte taal, met de vermelding « Vereniging zonder Winstgevend Doel (of de afkorting « v.z.w.d. »).

Art. 2
De maatschappelijke zetel van de KNUROO is gevestigd te Brussel, en kan, bij gewone beslissing van de Raad van Beheer, naar een andere plaats in het gerechtelijk arrondissement Brussel verplaatst worden. De maatschappelijke zetel is voor het ogenblik gevestigd te 1000 Brussel, Karmelietenstraat 24.

De duur van de Vereniging is onbeperkt en kan, in overeenstemming met de wetgeving, slechts door haar Algemene Vergadering ontbonden worden.

Art. 3
De Vereniging is stichtend lid van de Europese Vereniging van Reserveonderofficieren. (AESOR)

HOOFDSTUK II : DOELSTELLINGEN


Art. 4.
De Vereniging heeft buiten elke partijgeest tot doel :

  1. banden te smeden tussen de reservisten van alle componenten, wapens en diensten om zo de algemene militaire informatie en vervolmaking te verzekeren ;
  2. de geestelijke en materiële belangen van de reservisten te verdedigen ;
  3. de militaire overheid haar medewerking te verlenen bij de verdediging van het grondgebied en van de Nationale belangen.
  4. de militaire overheid in de mate van haar mogelijkheden bij te staan bij de militaire vervolmaking en het optimaal gebruik maken van de kennis van reservisten ;
  5. de banden tussen het beroeps- en het reservekader aan te halen ;
  6. het ontwikkelen van de burgerzin en de vaderlandsliefde te bevorderen en de band leger – natie aan te halen. De Vereniging kan alle handelingen stellen die bijdragen tot de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel.

Art. 5.
De Vereniging bevestigt haar getrouwheid aan de Koninklijke Persoon, de gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgisch volk.

Art. 6.
In alle omstandigheden wordt de gelijkheid tussen de landstalen verzekerd en geëerbiedigd.

Art. 7.
De Vereniging onthoudt zich er stellig van in haar vergaderingen, zowel als in haar berichtgeving, tijdschriften en publicaties, onderwerpen van politieke, levensbeschouwelijke of communautaire aard aan te raken of op te werpen.

HOOFDSTUK III : SAMENSTELLING – LEDEN – BIJDRAGEN


Art. 8.
De vereniging kent de volgende vijf categorieën leden :

LEDEN VENNOTEN : de Nationale Bestuurders en de Leden van het Nationaal Bureau van de Vereniging, de Voorzitters van de Kringen en Groeperingen : het minimum aantal bedraagt 6.

WERKENDE LEDEN : de Reserve onderofficieren, Reserve vrijwilligers en iedereen die zijn actieve dienst voldaan heeft bij een van deze categorieën, aangesloten bij Kringen en Groeperingen, of op individuele basis.

SYMPATHISANTEN : iedereen die, alhoewel zij geen reservist zijn, de doelstellingen en de geest van de Vereniging deelt

STEUNENDE LEDEN : iedereen die door materiële en morele steun zijn belangstelling uit in de Vereniging.

ERELEDEN : iedereen die als blijk van erkentelijkheid het lidmaatschap van de vereniging wordt aangeboden.

Alleen de Leden Vennoten zijn stemgerechtigd op de Algemene Vergadering. De rechten van de andere leden beperken zich uitdrukkelijk tot deze welke hen door deze Statuten of het Reglement van Inwendige Orde worden verleend.

Elk lid van de Vereniging dient blijk te geven van eerlijkheid en waardigheid.

Art. 9.
Iedereen, zowel de natuurlijke als rechtspersoon, kan, na toelating van het Nationaal Bureau, en volgens de voorwaarden en de procedure bepaald in het Reglement van Inwendige Orde, bij de vereniging aansluiten.

Art. 10
Elk lid kan zich op elk ogenblik uit de vereniging terugtrekken door zijn ontslag per aangetekende brief aan het Nationaal Bureau mede te delen. Ieder lid dat, zonder geldige reden, nalaat zijn bijdrage te betalen, wordt geacht ontslagnemend te zijn. De uitsluiting van een lid veroorzaakt van rechtswege zijn ontslag door niet meer te voldoen aan de voorwaarden gesteld bij artikel 9 van deze Statuten.

Ieder lid dat, wegens het bereiken van de leeftijdsgrens of het niet meer voldoen aan de lichamelijke vereisten, ophoudt tot de Reserve onderofficierenen en Reserve vrijwilligers behoren, kan, voor zover de bijdrage werd voldaan, lid blijven van de vereniging.

Elk lid dat zich schuldig gemaakt heeft aan ernstige feiten kan, na gehoord te zijn door de Raad der Wijzen, door het Nationaal Bureau verzocht worden zijn ontslag in te dienen zonder een eventuele uitsluiting van ambtswege af te wachten.

De uitsluiting van een lid kan slechts bij 2/3de meerderheid van de aanwezige en gevolmachtigde stemmen op de Algemene Vergadering worden uitgesproken, en dit volgens de procedure bepaald in het Reglement van Inwendige Orde.

Leden die op eigen verzoek, van ambtswege, of door uitsluiting ontslagnemend zijn, alsook hun erfgenamen, kunnen geen aanspraak maken op het maatschappelijk tegoed van de vereniging en kunnen hun gestorte bijdragen, van welke aard ook, niet terugvorderen.

Art. 11
De bijdragen van de leden worden op voorstel van het Nationaal Bureau door de Algemene Vergadering bepaald. De bijdragen zijn vooruit betaalbaar en zijn, ongeacht het tijdstip van aansluiting, verschuldigd voor het ganse jaar.
Het door de Algemene Vergadering vastgestelde jaarlijks lidgeld mag de 25 Euro (waarde van het jaar 2002) niet overschrijden.

HOOFDSTUK IV : ALGEMENE ORGANISATIE


Art. 12.
Het maatschappelijk jaar begint op 1 januari.

Art. 13.
De vereniging bestaat uit een Algemene Vergadering, een Raad van Bestuur, een Nationaal Bureau en een Uitvoerend Bureau.

HOOFDSTUK V : ALGEMENE VERGADERING


Art. 14.
De Algemene vergadering is samengesteld uit de Werkende Leden van de vereniging en wordt voorgezeten door de Nationale Voorzitter of, bij ontstentenis, door de Nationale Administratieve Ondervoorzitter.

Art. 15.
Elk jaar, in de loop van het eerste semester, komt de Algemene Vergadering bijeen in de zetel van de vereniging op of elke andere plaats aangeduid in de uitnodigingen.

De Raad van Bestuur of het Nationaal Bureau kunnen, in dringende gevallen, op elk ogenblik een Buitengewone Algemene Vergadering bijeenroepen, voor zover de reden daartoe uitdrukkelijk in de uitnodigingen wordt vermeld.

Art. 16.
Elke bijeenkomst van de Algemene Vergadering moet aan de Kringen en de leden worden medegedeeld door ofwel een persoonlijk schrijven ofwel door kennisgeving via de publicaties en tijdschriften van de Vereniging.

Art. 17.
Op de agenda van de Statutaire Algemene Vergadering dienen de volgende punten verplichtend voor te komen :

  1. het voorleggen van het werkverslag van het Nationaal Bureau en een rapport over de morele en materiële toestand van de vereniging voor het voorbije werkingsjaar;
  2. het goedkeuren van de jaarrekeningen van het afgelopen jaar en de budgetten van het lopend jaar ;
  3. het vastleggen van het lidgeld voor het volgend jaar ;
  4. het verkiezen van Nationale Beheerders ;
  5. het verkiezen van sommige leden van het Nationaal Bureau ;
  6. het behandelen van eventuele interpellaties(.De tekst moet minstens 15 dagen voor de Algemene vergadering aan het Nationaal Bureau medegedeeld worden.)

Art. 18.
Alle Leden Vennoten zijn stemgerechtigd en beschikken over een enkele stem.
De Werkende Leden beschikken alleen over een raadgevende stem.

Art. 19.
Elke beslissing is slechts geldig wanneer ze goedgekeurd wordt door een eenvoudige meerderheid van de aanwezige en geldig gevolmachtigde stemmen, tenzij de wet of deze Statuten het anders voorzien.

Art. 20.
Van de statutaire en buitengewone algemene vergaderingen wordt een register van processen-verbaal bijgehouden.

HOOFDSTUK VI : RAAD VAN BEHEER


Art. 21.
De Raad van Beheer telt minstens zes bestuurders. Hun maximum aantal wordt bepaald door het Reglement van Inwendige Orde.

De bestuurders worden door de Algemene Vergadering en volgens de bepalingen van het Reglement van Inwendige Orde voor een periode van twee jaar verkozen, en zijn herverkiesbaar.

Elke Kring of Groepering wordt vertegenwoordigd door Bestuurders

Het aantal Bestuurders toegewezen aan elke Kring of Groepering wordt bepaald in functie van het totaal aantal betalende leden van de vereniging met een minimum van één.

Het is het Nationaal Bureau dat, volgens deze verdeelsleutel , jaarlijks bepaald door hoeveel bestuurders elke Kring of Groepering wordt vertegenwoordigd.

De Besturen van de Kringen en Groeperingen moeten de kandidaturen aan het Nationaal Bureau, minimum 15 dagen voor de Algemene Statutaire Vergadering doen geworden.

Elke vrijgekomen plaats van Bestuurder moet bij de volgende Algemene Vergadering ingenomen worden. De aldus verkozen Bestuurder beëindigt zo het mandaat van zijn voorganger.

Art. 22.
De Raad van Bestuur heeft de meest uitgebreide bevoegdheden voor het beheer van de Vereniging. Hij is bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk door deze Statuten of de wetgeving aan de Algemene Vergadering of het Nationaal Bureau wordt voorbehouden.

Art. 23.
De Raad van Bestuur komt bijeen op uitnodiging van de Nationale Voorzitter of op aanvraag van 1/5de van de Bestuurders, en telkens wanneer dit voor de Vereniging nodig is. De Raad van Bestuur komt buiten de Statutaire Algemene Vergadering minstens eenmaal per jaar bijeen.

Art. 24.
De Raad van Bestuur kan slechts geldig bijeenkomen als de meerderheid van de Bestuurders aanwezig is. De beslissingen worden bij eenvoudige meerderheid aangenomen. Bij staking van stemmen is de stem van de zetelende voorzitter doorslaggevend.

Art. 25
De verantwoordelijkheid van de bestuurders is strikt beperkt tot deze voorzien in de wetgeving op de Verenigingen zonder Winst bejag.

HOOFDSTUK VII : NATIONAAL BUREAU


Art. 26
Het Nationaal Bureau van de vereniging bestaat uit de Nationale Voorzitter, de Nationale Administratieve Ondervoorzitter, vier Nationale Ondervoorzitters (respectievelijk voor de Land-, de Lucht-, de Marine-, de Medische Component van de Krijgsmacht), de Nationale Schatbewaarder, een vertegenwoordiger van elke Kring of Groepering, maximaal twee andere leden gekozen door de Nationale voorzitter en het Uitvoerend Bureau. De leden van het Nationaal Bureau zijn stemgerechtigd in de Bestuurraad.

Art 26 bis
In de schoot van het Nationaal Bureau wordt een “Raad der Wijzen” opgericht die de gevallen voorzien in alinea 3 van Artikel 10 van de Statuten zal behandelen. Op voorstel van de Nationale Voorzitter duidt het Nationaal Bureau een Voorzitter van de “Raad der Wijzen” aan.
Op het ogenblik dat aan de Voorzitter van de “Raad der Wijzen” een probleem gemeld wordt zal hij geval per geval twee leden van de vereniging kiezen om samen met hem de “Raad der Wijzen” te vormen. De “Raad der Wijzen” zal in volledige onafhankelijkheid handelen en zal zijn besluiten overhandigen aan het Nationaal Bureau, hetwelk zal beslissen over het te geven gevolg.
Het mandaat van de Voorzitter van de “Raad der Wijzen” zal gelijktijdig met dat van de Nationale Voorzitter eindigen. De Uittredend Voorzitter van de “Raad der Wijzen” handelt echter alle opgestarte procedures af.
De leden van de “Raad der Wijzen” zijn niet stemgerechtigd noch in de Raad van Bestuur, noch in het Nationaal Bureau in hun functie als lid van de “Raad der Wijzen”

Art. 27
De Nationale Voorzitter wordt door de Algemene Vergadering voor een periode van drie jaar verkozen, en is herverkiesbaar.

Art. 28
De Bestuurraad verkiest een werkend lid per Kring of Groepering om zo het Nationaal Bureau samen te stellen. De kandidaturen worden door de respectievelijke Kringen en Groeperingen aan het Nationaal Bureau voorgedragen.

Art. 29
De Nationale Voorzitter duidt uit de werkende leden, na raadpleging van het Nationaal Bureau en volgens de modaliteiten in het Reglement van Inwendige Orde, de “andere” leden van het Nationaal Bureau aan waarvan hij de keuze heeft. Hij zorgt ervoor dat in de mate van het mogelijke de taalpariteit behouden blijft.
De mandaten van de leden die door de Nationale Voorzitter aangeduid werden, eindigen gelijktijdig met dat van de Nationale Voorzitter, behalve wanneer zij door hem uit hun functies ontheven worden en dit door de Bestuurraad bekrachtigd wordt.

Art. 30
De Nationale Voorzitter kan, mits goedkeuring door het Nationaal Bureau, leden aanduiden in speciale functies (Vb. Employer Support e.d…).

Art. 31
Het Nationaal Bureau staat in voor het dagelijks beheer van de vereniging en komt daarvoor minstens 10 maal per jaar bijeen. De leden dienen de bijeenkomsten bij te wonen. Indien zij meer dan drie opeenvolgende keren afwezig blijven, kan hun uitsluiting aan de Bestuurraad voorgesteld worden.

Art. 32
Van de bijeenkomsten van het Nationaal Bureau wordt een register met de processen-verbaal bijgehouden.

HOOFDSTUK VIII : UITVOEREND BUREAU


Art. 33
Het Uitvoerend Bureau verzekert de goede uitvoering van de richtlijnen die door het Nationaal Bureau en de Raad van Bestuur worden gegeven en is samengesteld uit : de Nationale Voorzitter, de Nationale Administratieve Ondervoorzitter, de Nationale Schatbewaarder, en hoogstens vier leden. De Nationale Voorzitter kiest deze vier laatsten die door het Nationaal Bureau bevestigd worden.
Het Uitvoerend Bureau vergadert eenmaal per week.

Art. 34
Alle stukken die de vereniging tegenover derden kunnen verbinden moeten door de Nationale Voorzitter en een lid van het Uitvoerend Bureau worden ondertekend.

HOOFDSTUK IX : KRINGEN EN GROEPERINGEN


Art. 35
De vereniging bestaat uit Kringen en Groeperingen die erkend zijn volgens de modaliteiten van het Reglement van Inwendige Orde.

Art. 36
Het Nationaal Bureau heeft vetorecht over beslissingen die door Kringen of Groeperingen worden genomen, en die in strijd zijn met de statuten van de vereniging Elke beslissing waarop een veto werd geplaatst zal binnen een maand aan een daartoe samengeroepen Buitengewone Raad van Bestuur worden voorgelegd om een onherroepelijke beslissing terzake te nemen.

Art. 37
De werkingskosten van de Kringen en Groeperingen kunnen, na goedkeuring door het Nationaal Bureau en tegen voorlegging van de nodige bewijsstukken, door de vereniging ten laste genomen worden.

HOOFDSTUK X : INTERNATIONALE BETREKKINGEN


Art. 38
Alleen het Nationaal Bureau is gemachtigd om, en dit zonder mogelijkheid tot verhaal, te besluiten betrekkingen aan te knopen, te verbreken of te onderhouden met kringen of groeperingen van buitenlandse nationaliteit.
Deze beslissing wordt genomen bij volstrekte meerderheid onder de aanwezige leden van het Nationaal Bureau, en zal onmiddellijk aan de leden van de vereniging door persoonlijk bericht of door publicatie in tijdschriften of periodieken, worden medegedeeld.

Art. 39
Elke Kring of Groepering mag, volgens de procedure voorgeschreven in het Reglement van Inwendige Orde, aan de vereniging voorstellen betrekkingen aan te knopen, te verbreken of te onderhouden met kringen en groeperingen van vreemde nationaliteit. De beslissing daartoe zal genomen worden in overeenstemming met art. 38 van deze Statuten.

Elke Kring of Groepering die tegen de beslissing van het Nationaal Bureau ingaat, zal zich volgens het Reglement van Inwendige Orde voor dit Nationaal Bureau dienen te verantwoorden. Indien het Nationaal Bureau op het door haar ingenomen standpunt blijft, zal de Kring of Groepering die de beslissing negeerde van rechtswege uit de vereniging gesloten worden.

HOOFDSTUK XI : DE WERKMIDDELEN


Art. 40
De eigen middelen van de vereniging bestaan uit :

  1. bijdragen van de leden ;
  2. giften en legaten ;
  3. toegekende subsidies ;
  4. uitzonderlijke inkomsten ;
  5. middelen die ontstaan uit activiteiten voorzien bij art. 4 van deze Statuten.

Art. 41
De werkmiddelen van de vereniging worden door de Nationale Schatbewaarder beheerd onder verantwoordelijkheid van het Nationaal Bureau.

De jaarrekeningen van de vereniging zullen, na goedkeuring door de bevoegde Militaire Overheid en de Inspectie van Financiën van de Staat, door de Nationale Schatbewaarder aan de Algemene Vergadering voorgelegd worden.

Art. 42
De vereniging is niet gebonden door verbintenissen die door de Kringen en Groeperingen werden aangegaan.

HOOFDSTUK XII : HERZIENING VAN DE STATUTEN


Art. 43
De Statuten kunnen alleen door de Algemene Vergadering gewijzigd worden, en dit op voorstel van de Raad van Bestuur of op verzoek van 1/3de van de leden.

Art. 44
Elke statutenwijziging dient aan het Ministerie van Defensie medegedeeld te worden.

Statutenwijzigingen worden voorgelegd aan een daartoe bijeengeroepen buitengewone Algemene Vergadering waarop 2/3den van de nationale bestuurders aanwezig of er geldig vertegenwoordigd moeten zijn. De wijzigingen kunnen slechts aangenomen worden bij 2/3de meerderheid van de aanwezige en vertegenwoordigde stemmen.

Indien het voorstel tot wijziging het vereiste aantal stemmen niet haalt, wordt binnen de 3 weken een nieuwe buitengewone Algemene Vergadering bijeengeroepen, die geldig kan beslissen bij 2/3de meerderheid van de aanwezige stemmen, ongeacht het aantal.

In alle hierboven vermelde gevallen worden onthoudingen als ten gunste van de wijziging beschouwd.

Art. 45
Geen enkele wijziging kan ooit aangebracht worden aan de artikelen die de geest en de doelstellingen van de Vereniging omvatten (art. 5-6 en 7), daar deze van blijvende aard zijn.

HOOFDSTUK XIII : ONTBINDING


Art. 46
De Algemene Vergadering die zich over de ontbinding van de vereniging zal moeten uitspreken, zal hiertoe uitzonderlijk worden samengeroepen, en zal zich naar de wettelijke bepalingen terzake schikken.

Art. 47
Bij ontbinding zal de vereffening van het actief door het Nationaal Bureau worden verricht. Het meubilair dat aan het Ministerie van Landsverdediging behoort, zal teruggegeven worden. Het batig saldo van de vereffening zal ten goede komen aan militaire werken.

HOOFDSTUK XIV : SLOTBEPALINGEN


Art. 48
Het mandaat van een lid van het Nationaal Bureau is onverenigbaar met dat van Nationaal Bestuurder. In geval van onverenigbaarheid kan hij slechts één Nationale functie bekleden.

Art. 49
Alles wat niet uitdrukkelijk in deze Statuten voorzien wordt, is aan de wetgeving op de Verenigingen zonder Winstgevend Doel onderworpen.

Klik hier om het volledige document van de statuten te downloaden

Geef een reactie